Top Notch: Zorg voor een onvergetelijke ervaring
Door Leonieke Daalder
Als het niet bij een artiest past, moet je hem er niet toe dwingen. Dat is de duidelijke stelling van Farid Benmbarek, pr- en a&r-manager van Top Notch. Dus zijn artiesten uit de Top Notch-stal als Dio, Aux Raus, Damaru of Flinke Namen niet verplicht om te twitteren of hun pagina op Hyves of Facebook bij te houden. Ook al zijn de ervaringen met deze 'nieuwe media' nog zo goed. "Als je het niet leuk vindt, dan kun je het ook niet", stelt Farid. Net zoals hij heilig gelooft in de andere regels: gun volgers en fans voorrang of voordeel, ga fans niet de les lezen en praat als label nooit namens de artiest, als die niet weet wat je zegt.
Je kunt de taak van een artiest wel heel effectief overnemen als die geheel op de hoogte is. Zo hield Benmbarek zelf een week lang een Twitter-dagboek bij tijdens het eerste bezoek aan Nederland van de Surinaamse Damaru. "Ik maakte constant foto's en liet weten wat hij deed". Damaru wist wat er gaande was, vond het leuk. En al het nieuws rond zijn bezoek verspreidde zich als een razende. Daar is Twitter erg geschikt voor. Net zoals Benmbarek het microblog vaak gebruikt voor prijsvragen ("levert ook direct nieuwe followers op") en primeurs. Daarmee laat je zien dat de fictieve korte lijn tussen fan en artiest op Twitter ook daadwerkelijk kort is. "Twitter maakt veel los. Het is relatief nieuw en spannend." Het feit dat Twitter ook zo goed geïntegreerd is op de mobiel heeft in zijn visie bijgedragen aan het succes. Of aanwezigheid en populariteit op Twitter ook terug te zien is in de verkoopcijfers? "Ik denk wel dat het zich vertaalt naar hogere cd-verkoop of betere kaartverkoop voor concerten. Maar daar gaat het niet om. Het belangrijkste is bewustzijn: dat mensen weten dat je er bent, wat je doet."
Ook goed zijn zijnervaringen met Hyves. "Ik heb met hen vaker evenementen georganiseerd", zegt Benmbarek. Zo waren er twee release-parties voor de cd van Flinke Namen: eentje voor de Hyves-vrienden en eentje voor relaties. En vijftig Hyves-vrienden van Fakkelbrigade kregen de cd te horen, nog voor de pers aan de beurt was. De band zelf gaf tussen de nummers door tekst en uitleg. Ook Winne was voor een bijzondere ontmoeting met zijn fans te porren. In het kader van het Your World-project, tussen grote foto's van hedendaagse helden als Ghandi en Steve Jobs kwamen fans en artiest samen. "Er kwam zelfs een echtpaar dat hun kind vernoemd had naar Winne". Dat maakt gelijk duidelijk waarom Benmbarek niet snel geld zou uitgeven aan een print ad en spaarzaamgebruik maakt van postercampagnes: een advertentie of een poster is nooit een onvergetelijke ervaring. In dezelfde ruimte zijn met een artiest, het gevoel dat je werkelijk met iemand kunt praten, is dat wel. Het kost je als label ook geld, je moet er ook moeite voor doen, maar de impact is vele malen groter. Ook al is het per keer maar voor een kleine groep weggelegd, die groep praat het vol enthousiasme door.
De openheid van de nieuwe media werkt in de ervaring van Benmbarek wel twee kanten op. "Fans laten het ook weten als ze iets niet leuk vinden". En je moet rekening houden met het zogenaamde uitvergroten: iets kleins kan op Twitter al snel uitgroeien tot 'een zaak'. Zo gingen de tatoeages in het gezicht van Kempi als een lopend vuurtje rond en was een groot deel van de reacties uitgesproken negatief. Desondanks blijft Benmbarek postitief over de nieuwe media. Zijn vertrouwen in oude media is hij niet verloren. De laatste nummer 1 hit van Top Notch, Broodje Bakpao, was bijvoorbeeld de soundtrack van de tv-serie New Kids On The Block op Comedy Central. Dat is ook heel effectief gebleken.
Gram: Een community opbouwen kost tijd!
Door Leonieke Daalder
"The whole project has been the best thing I've ever done so far" is de conclusie in één van haar laatste tweets (www.twitter.com/gramgramgram). Marg van Eenbergen, ofwel Gram, kijkt na afloop van haar project terug. Meer dan een jaar lang was het scheppingsproces van een nieuwe cd van de artiest Gram te volgen via een webcam, wekelijkse YouTube-filmpjes, een blog (http://www.gramgramgram.com/) en Twitter en Facebook. "Ik wilde het hele proces laten zien" zegt Marg. Omdat ze zelf de tijd van liedjes bedenken en daaraan schaven misschien wel het leukste vindt van in een band zitten. "Het beste deel van wat Gram is kregen mensen nooit te zien." Via de webcam nu dus wel. Met als positief 'bij-effect' dat je als artiest/band ook levend blijft voor je publiek in de tijd tussen twee cd's in, als je net als Gram ook niet wekelijks in de spotlights staat op de diverse podia in het land.
Nu is de webcam uit en zwijgt Gram op Twitter. Marg kijkt tevreden terug. Wat begon als een "pr-digetje" is uitgegroeid tot wat anders. "Het heeft me zoveel meer opgeleverd dan ik van te voren had gedacht." Mensen die muziek doorstuurden wanneer ze in een creatieve dip zat of een bepaalde muzikale richting leek uit te gaan. Discussies die losbarsten wanneer ze liet weten een nummer toch niet te gebruiken voor de nieuwe cd. En toen ze het idee had dat een bepaald nummer een mandoline kon gebruiken, kwam één van haar volgers die vrijwel direct langsbrengen. Een band van 150 man zo beschrijft Marg het gevoel. "Ik denk dat de plaat er uiteindelijk beter van gaat worden", is haar conclusie.
Marg werkte volgens een strak van te voren bepaald stramien. Een vaste 24/7 livestream, 'tweets' die mensen moesten wijzen op creatieve uitbarstingen of andere belangrijke momenten, het blog voor de dagelijkse reflectie en wekelijks één YouTube filmpje. Door dit zo vast in te delen was er op bijvoorbeeld Twitter naar haar gevoel weinig tot geen ruimte voor replies. Hierdoor bleef werkelijke interactie met haar volgers op die plek beperkt. Twitter was voor haar een soort "buienradar". "Ik vind het wel jammer dat ik naar mijn gevoel weinig ruimte had om te replyen", stelt van Eenbergen. Replies pastten niet in haar plan. En toen ze begon had Twitter in haar visie nog een andere functie dan het nu heeft. "Nu doet iedereen het".
De YouTube-filmpes hadden een harde kern van 150 kijkers, met uitschieters naar soms wel 1000 kijkers. Op Twitter heeft Gram 241 volgers weten te vergaren. "Met die cijfers ga je geen Interactive Award winnen", weet Marg. "Maar ik vind het nogal wat voor een band die eigenlijk uit de picture is." Wat in ieder geval vast staat: wanneer ze een volgende cd gaat maken zal ze dat proces ook weer omlijsten met een speciaal project. Wat en hoe is nu nog niet duidelijk en hangt ook af wat er op dat moment bruik- en gangbaar is op internet. Belangrijkste les van dit alles? Misschien wel dat een echt goed sociaal netwerk opbouwen tijd kost. "Wanneer je werkelijk wat wil op en met internet kost dat tijd." Daarom is het voor ondergetekende ook onbegrijpelijk dat Marg nu is gestopt met twitteren. Alsof een goede vriend opeens niks meer van zich laat horen. Van Eenbergen neemt de kritiek ter harte: ze heeft zich inmiddels weer gemeld op Twitter. Binnekort gaat ze met volledige band binnekort de studio in. C-mon zal de cd co-produceren.
Gasoline Brothers: Blijf bescheiden en blijf relativeren
Door Leonieke Daalder
Een website, een blog, een eigen iPhone-applicatie, een game, Facebook, Myspace, Twitter, Bandcamp, Last.fm, Hyves en RN. De Utrechtse band The Gasoline Brothers is overal te vinden. Is het geen overkill? "Beter iets te veel, dan te weinig", luidt het droge oordeel van drummer/zanger Léon Geuyen (38). Al is hij de eerste om toe te geven dat lang niet alles even effectief is. Myspace is het eerste dat hij zou laten vallen "Daar geloof ik niet meer in. Ik denk dat we via die weg tien mensen hebben bereikt".
Twitter is een ander verhaal. Het zeer directe contact van dit relatief nieuwe medium bevalt Léon heel goed. De band volgt ruim 500 mensen en heeft ruim 800 volgers. Daarmee is het een belangrijk netwerk geworden. Muziekjournalisten, collega-muzikanten, programmeurs van zalen en festivals en fans. Ze zitten er allemaal tussen. Haalbaar voor iedere band, beginnend of al langer bezig "Mits de muziek in orde is", stelt Geuyen.
Via Twitter (http://twitter.com/GasolineBrother) kun je liefhebbers direct op nieuwe nummers wijzen, is het mogelijk optredens te regelen en kwam de band in direct contact met fans, waaronder wielrenner Koos Moerenhout. De fietser kon de muziek van The Gasoline Brothers waarderen. Waarop de band hem beloofde een nummer voor hem te schrijven wanneer hij Nederlands kampioen zou worden. Aldus geschiedde. Het nummer 'There it goes (for Koos)' werd overal opgepikt en gedraaid. Het dook op in Last.fm lijstjes, er werd over getwitterd. "Het was een breekijzer", meent Léon. Reden voor de band om ook hun volledige nieuwe cd Tsk! via nieuwe wegen te distribueren. Platenmaatschappij My First Sonny Weissmuller vond het best: "Een geweldig album. Ik denk dat ik er dertien van verkoop", aldus platenbaas Aldo Perotti zonder enig cynisme. Via Mininova is de cd sinds de release begin oktober inmiddels 34.000 keer gratis gedownload (http://www.mininova.org/tor/2993912). De band heeft daardoor ook fans in onder meer Wit Rusland, Amerika, Australie, Polen, Colombia en Brazilië weten te bereiken. Bovendien is de naamsbekendheid in eigen land ook enorm gegroeid. Daardoor komen er kwalitatief interessantere optredens op hun pad, die ook nog eens beter betalen.
Moet iedere band dit nu zo gaan doen? Volgens Geuyen hangt het af van de ambities van een band. Zolang het een onschuldige hobby blijft hoef je er niet zoveel tijd in te steken. En wanneer je bij een grote platenmaatschappij zit, regelen die een deel van de promotie. Hoewel die ook veel van dit voorbeeld zouden kunnen leren. Maar voor een redelijk ambitieuze band bij een kleine maatschappij is het belangrijk en noodzakelijk om het heft in eigen hand te nemen. Het kost Léon dagelijks een paar uur. Maar doordat er veel voor terugkomt, blijft hij enthousiast. Een paar belangrijke tips: zorg voor de persoonlijke touch, blijf bescheiden, blijf relativeren en zorg dat je geloofwaardig bent en blijft. Bedank mensen persoonlijk wanneer ze je muziek draaien of iets aardigs over je zeggen. "Ik vind het sowieso nog steeds een wonder dat mensen onze muziek draaien. Dus dat is wel een schouderklopje waard", brengt Geuyen zijn eigen les in praktijk. Nog een belangrijke tip: wees als band creatief! Zo gaf The Gasoline Brothers de cd Tsk! ook gratis weg aan mensen die een kaartje kochten voor één van hun optredens. En werkte de band mee aan een live webcast van 3VOOR12. Er keken vierenveerig mensen. "Klinkt misschien weinig, maar dat levert weer andere dingen op", is de overtuiging van Léon Geuyen. Niet altijd één op één direct aanwijsbaar. Maar uiteindelijk zeker.
Succes in een niche, succes in de uitvaartbranche
Internet is een massaal gebruikt medium, maar geen massamedium. Internet is een oneindige verzameling niches. En het onderwerp kan niet smal genoeg zijn lijkt het soms. Zo ook bij de sites die Peter van Schaik succesvol exploiteert. Hij beheert 14 sites, met als centraal thema het levenseinde. Van Uitvaart.nl, Uitvaart.tv, Uitvaartverzekering.nl, Condoleance.nl tot GroeneUitvaart.nl. Ook overweegt hij moslimuitvaart.nl. "Ik probeer consumenten zo goed mogelijk te volgen, zo dicht mogelijk op de huid te zitten. Als er een niche is, stap ik er in. Daarin moet je ver gaan", aldus Van Schaik. "Waarom? Omdat mensen zich vaak vooral in niches herkennen en niet in een tabblad op een algemene portal. Uitvaart.nl bestaat uit tienduizenden pagina's en talloze onderwerpen die met elkaar concurreren. Dan kun je beter een site aan een niche wagen." Zijn succesvolle verzameling sites trekt in totaal 146.000 bezoekers per maand. Van Schaik kan er prima van leven, maar op de vraag of hij iets over de omzet kan zeggen, is dit zijn antwoord: "Nee, dat doe ik helaas niet
"
Centrale rol in het geheel speelt de site Uitvaartbranche.nl. Dat is een community voor de uitvaartbranche met 2400 actieve leden. Alleen mensen die in deze bedrijfstak werkzaam zijn worden toegelaten. "Ik ben heel streng. Het is belangrijk dat mensen elkaar herkennen. Ik ken deze branche zo goed, ik weet bij wijze van spreken welke sokken ze dragen", aldus Van Schaik. Het is een besloten community omdat mensen vrijuit moeten kunnen praten over onderwerpen waar door de buitenwereld vreemd naar wordt gekeken. Kwesties over verzorging van overledenen e.d.
Van Schaik vertelt dat de community belangrijk voor hem is. "De site levert me in beperkte mate rechtstreeks geld op, maar vertegenwoordigt een grotere waarde. Op de eerste plaats ben ik als initiatiefnemer van de site een centralere rol in de branche gaan spelen. Ik ben daardoor herkenbaar. Daarnaast moest ik vroeger in bladen adverteren om producten onder de aandacht te brengen, nu kan ik de doelgroep rechtstreeks bereiken. Ook is het een plek om vinger aan de pols te houden. Ik weet wat er leeft in de uitvaartbranche en doe feitelijk permanent marktonderzoek. En natuurlijk zijn er ook inkomsten via advertenties e.d."
De succesfactoren van Uitvaartbranche.nl zijn volgens Van Schaik goede inhoud (productnieuws, juridisch advies, rapporten) in combinatie met veel aandacht voor de community. "Ik maak de collega's zo zichtbaar mogelijk. Wat ze doen, waar ze zijn, hoe ze er uitzien, wie actief is, wie er jarig is en dergelijke. Dat vinden mensen leuk om te weten en te volgen. De sociale functie wordt het meest gebruikt. Het zichtbaar maken van de mensen is heel belangrijk. Alleen als je een foto van jezelf bij je profiel plaatst, krijg je ook gedetailleerde gegevens van anderen te zien. Het interessante is dat de toon in het forum veranderde toen we foto's van de mensen bij hun reacties gingen plaatsen. Niet alleen omdat daarmee de afzender minder anoniem wordt, maar ook omdat je daarmee tegen een zichtbaar persoon praat."
De verdienmodellen van de verschillende sites van Van Schaik zijn talrijk. Van advertenties (product en doelgroep sluiten nauw op elkaar aan) tot affiliates (percentage op verkochte verzekeringen) tot sponsoring tot advertorials of video-producties. Voor Uitvaart.tv kan een onderneming bijvoorbeeld tegen betaling een videoproductie laten maken. Uitvaart.tv is populair omdat het de branche op een manier in beeld brengt die elders geen aandacht krijgt. "We maken van social events media events." Een presentatie van een nieuw product, een afscheid van een directeur, het worden items op Uitvaart.tv. Ook heel populair was de modeshow voor koffiedames uit de verschillende crematoria. Van Schaik: "Een Next Top Model voor de uitvaartbranche. Mensen vinden het leuk om elkaar zo te zien. Dat is heel goed voor de community." De uitvaartbranche wordt op Uitvaart.tv zichtbaar op een manier die elders ondenkbaar is. "De gewone televisie ga je hier niet mee halen."
Communities beginnen met een passie voor een onderwerp. Die passie is overduidelijk aanwezig bij Van Schaik. Met groot enthousiasme laat hij films zien van innovatieve crematoria in China. Hij snapt ook dat het moeilijk is die voorliefde aan mensen buiten de branche duidelijk te maken. Waar komt zijn passie vandaan? Wat vindt hij zo boeiend? Van Schaik: "De dood is de keerzijde van het leven en daarmee zo divers als het leven zelf. Eigenlijk heb ik Economie gestudeerd aan de VU te Amsterdam. Had ik directeur geworden van de ABN-AMRO, het oorspronkelijke plan, dan zouden mijn werkzaamheden van belang geweest voor een select deel van onze samenleving. Dood daarentegen overkomt iedereen. Elk mens, elke internetter, elke twitteraar krijgt vroeg of laat met de dood te maken. Van de dood van een dierbare (gemiddeld is iemand 4 keer betrokken bij een overlijden van een dierbare) tot de eigen dood. Dat maakt het fascinerend."
MySpace is niet alleen voor jonkies, ook voor Toots van 87!
Marc Bosch (48) begon in januari 2007 met de Toots Thielemans MySpace. Nog geen drie jaar later heeft de community bijna 11.000 friends, zonder hulp van een 'friends-adder', en misschien nog wel belangrijker: staat de site wereldwijd op een derde plek qua comments. Het leeft. Net achter Tokyo Hotel. "Niet slecht voor een man van 87."
Marketing- en communicatieman Marc zag een paar jaar geleden dat Myspace in opkomst was. Na overleg met Toots en zijn management besloot hij de pagina in het leven te roepen. Het succes van vandaag heeft hij te danken aan slim en strategisch gebruik van de mogelijkheden van MySpace. Zo krijgt iedereen die zich meldt als vriend een persoonlijke welkomsboodschap. Die komt terug op de MySpace pagina van de nieuwe vrienden, zodat ook voor hun vriendenkring zichtbaar wordt dat Toots bestaat. En aangezien volgens Marc 80% van de vrienden eenzelfde muzieksmaak heeft, levert dat weer nieuwe aanmeldingen op. Dat geldt ook voor de verjaardagsboodschappen: een simpel filmpje opgenomen met een Apple Notebook waarin Toots je feliciteert en 'happy birthday' speelt, werd een jaar lang met een persoonlijk bericht naar iedere jarige vriend toegestuurd. Maar dan wel op een tijdstip dat het bij hen als eerste bericht van de dag zou binnenkomen. Dan zien alle vrienden van de jarige die ook online langskomen het filmpje van Toots ook. Levert weer nieuwe aanmeldingen op. Maar ook de Braziliaanse tour van Toots was vanaf de eerste boeking via MySpace te volgen via een blog en foto's doorgestuurd door het management of de fans zelf. En vergeet niet het bulletinboard te gebruiken. Een plek waar de meeste bands zelf nooit komen, maar wel zichtbaar voor de fans.
Ook hier goed nadenken over het tijdstip van een post: maandag en dinsdag tussen 17.00 en 20.00 is de bulletinboard-piek. De mogelijkheid tot het sturen van direct messages aan Toots is uitgezet. Wel kunnen fans peroonlijke berichten achterlaten bij het management, dat daar dan op reageert. Verder maakt Toots ook gedurende zijn tours geregeld tijd vrij voor ontmoetingen met fans. Foto's daarvan vind je weer terug op de MySpace en natuurlijk de MySpace van de fans zelf. Met als gevolg dat....enz. enz. Al deze inspanningen zorgen er voor dat Toots constant onder de aandacht van zijn fans komt. Wanneer hij optreedt zijn zijn fans al op voorhand gemobiliseerd.
Al met al kost het Marc Bosch qua werk naar eigen zeggen nog geen uur per week en levert het Toots enkele honderden nieuwe followers per maand op. Inmiddels stuurt hij via de Myspace ook Facebook, Hyves en andere internationaal lokale varianten aan. Op Twitter is Toots nog niet te vinden, maar daar wordt binnekort over gepraat. Een eigen Toots-iPhone app is op den duur ook onvermijdelijk. Waarom niet veel meer bands op deze manier met hun fans communiceren? "Veel mensen denken nog in oplossingen van de vorige eeuw. Ze vertaalden vijfhonderd jaar boekdrukkunst naar het Internet, en nu zijn ze pas zes, zeven jaar met 2.0 bezig en dat is nog even wennen", aldus Marc. Hij raadt zijn tips overigens ook van harte aan voor onbekende bands: "Juist die". Als voorbeeld haalt hij de Franse band Peppermoon aan. Danzij hun activiteiten op MySpace hebben ze het volgens Marc als in Nederland totaal onbekende act geschopt tot De Wereld Draait Door.
(Leonieke Daalder / @daalder)
Zoek het juiste middel bij de doelgroep; ook de politie hyvet en twittert
De wereld verandert en dus moeten organisaties meebewegen. Ook de politie kan niet langer in de rol van klassieke zender blijven hangen. Regiokorps Hollands Midden, met zo'n 750.000 inwoners, is één van de voorlopers op dit gebied. Youtube, Hyves en Twitter behoren inmiddels tot de 'standaard' communicatie-middelen. Communicatieadviseur Marco Leeuwerink (35), @m_leeuwerink op Twitter, legt uit.
"Belangrijk is dat je je keer op keer blijft afvragen welke doelgroep je wilt bereiken", aldus Leeuwerink. Al naar gelang het antwoord op die vraag, past de communicatieafdeling van regiokorps Hollands Midden het communicatiekanaal aan. Zo werd voor een moord op kerstavond in Gouda uiteindelijk voor een oproep in het plaatselijke parochieblaadje gekozen. Aangezien het voornamelijk kerkgangers waren die die avond op straat liepen. Maar om jongeren te bereiken worden Youtube, Twitter en Hyves niet geschuwd.
Het YouTube-kanaal van Hollands Midden is sinds januari 2008 in de lucht en heeft inmiddels 230.000 bezoekers getrokken. Een kwart daarvan valt in de doelgoep jongeren. Wanneer je dat vergelijkt met de gemiddelde leeftijd van de kijkers naar een programma als Opsporing Verzocht, is het verschil enorm. De leeftijd van de televisiekijkers ligt rond de 53 jaar. Misdaad in het uitgaanscircuit, waarbij hulp van getuigen wordt gezocht, valt via die weg dus nauwelijks op te lossen. YouTube biedt uitkomst. Met korte, snel gesneden en op de doelgroep gerichte filmpjes wordt de hulp van jongeren ingeroepen.
Maar YouTube wordt niet alleen voor opsporing ingezet. Het medium leent zich ook voor publieksvoorlichting en preventie. Zo werden studenten middels korte, grappige filmpjes geattendeerd op het feit dat vaak laptops uit studentenhuizen worden gestolen.
En zelfs voor personeelswerving werd voor YouTube gekozen. Korps Hollands Midden zocht een jonge, net afgestudeerde persvoorlichter, maakte een YouTube-filmpje en riep op alleen middels een eigen filmpje te reageren. Er kwamen elf reacties binnen. Dat is weliswaar minder dan op een oproep in de krant, maar de opbrengst was wel van hoge kwaliteit. En doordat mensen zichzelf moesten presenteren, kon de politie gelijk zien wat voor vlees men in de kuip had. "Ik had ze alle elf wel kunnen aannemen", laat Leeuwerink weten. Daarbij kostte de hele operatie veel minder tijd dan normaal. Brieven lezen, selecteren en er dan tijdens een gesprek achter komen dat iemand niet goed uit zijn woorden kan komen. Het is verleden tijd. Ook de kosten liggen lager. Een oproep in de zaterdagbijlage van de Volkskrant zou al snel 2000 euro hebben gekost, het YouTube-filmpje was gratis.
Niet altijd zijn films trouwens gratis. Soms wordt gebruik gemaakt van al bestaand materiaal, in andere gevallen gaat de afdeling communicatie zelf aan de slag of krijgt een extern bureau een opdracht. Naast YouTube, wordt in Hollands Midden inmiddels ook met Twitter gewerkt. Op meerdere manieren. Het is een medium waarmee heel goed valt te peilen wat er leeft onder de bevolking. Daar kan de politie dan weer haar berichtgeving op aanpassen. Dat mechanisme was internationaal goed zichtbaar tijdens de bomaanslagen in Mumbai. De politie ter plekke probeerde het communicatieverhaal te bepalen, maar ondertussen was het nieuws dankzij de twitterende expats allang wereldnieuws. Ook kan via Twitter nieuws worden verspreid. En zet korps Hollands Midden het medium in om verkeerscontroles aan te kondigen.
Tot slot leent ook Twitter zich voor opsporing. Bij de zoektocht naar een pyromaan in Oestgeest, zijn via Twitter lokale bewoners gevraagd om ook op te letten. Niet dat Twitter in Oestgeest al wijd verspreid is, het staat nog in de kinderschoenen, maar de tien tot twintig mensen die via deze weg zijn benaderd, reageerden positief. "Het werkt als een olievlek. Ik geloof erg in het word of mouth-effect", meldt Leeuwerink.
Inmiddels heeft korps Hollands Midden bijna alle korpsen op bezoek gehad en vindt de nieuwe communicatiestrategie navolging. Er zijn nu vijf korpsen die YouTube inzetten. En het korps neemt op haar beurt weer initiatieven over van andere korpsen. En ook zijn er al meer wijkagenten terug te vinden op Twitter, bijvoorbeeld @wijkagentsassem. "Geen verplichting, maar wel een handige extra tool", aldus Leeuwerink.
(Door Leonieke Daalder / @daalder)
Mobypicture: betrek je gebruikers zo vroeg mogelijk
Open innovatie is voor veel internetdiensten tweede natuur. “Release fast, release often”, is een gangbaar begrip. Heb niet de pretentie dat je precies weet wat het publiek gaat doen met je dienst of service, maar kijk naar het gebruik van je gebruikers, luister naar hun wensen en speel daar op in. Bijvoorbeeld Google doet dat met al zijn producten. Het bedrijf bedenkt een concept, vertrouwt dat in een zogenoemde beta-fase aan de wereld toe en gaat vervolgens in het openbaar door-ontwikkelen. Luisteren en het gesprek aangaan, ook bij productontwikkeling.
Een Nederlandse internetdienst die met zijn publiek doorontwikkelt is Mobypicture. Het Amsterdamse bedrijf dat ‘shoot ‘n’ share’ als slogan heeft, maakt via internet en mobiel foto’s en andere media publiceren en delen eenvoudig. Mathijs van Abbe van Mobypicture monitort nauwgezet wat er gezegd wordt op internet en gaat daar persoonlijk op in.
Op welke manier spelen de gebruikers een rol bij de ontwikkeling van Mobypicture?
“Ik ben voor Moby, maar eigenlijk voor elke internet gerelateerde productontwikkeling voor consumenten, van mening dat je je gebruikers zo vroeg als mogelijk bij de ontwikkeling moet betrekken. Vanuit eigen inzichten kan je nooit de ideale situatie vormgeven. Ja, misschien voor jezelf, maar niet voor al je gebruikers, zeker als je nog niet weet wie je gebruiker is. Door ze vroegtijdig te betrekken creëer je loyaliteit. En door goed te luisteren en te distilleren krijg je nieuwe, vaak betere inzichten en ideeën.”
Jij bent een voorstander van snel releasen en dan in het openbaar doorontwikkelen. Wat zijn daar voor jou de voordelen van?
“Ik ontwikkel websoftware sinds 1997. Ik kwam al snel tot het inzicht dat van de meest gebruikte maatwerkoplossingen, effectief maar zo’n 20% van de functionaliteit werd gebruikt. Terwijl natuurlijk wel voor 100% kosten zijn gemaakt en er dan ook natuurlijk veel tijd is verspild. Er is overigens wel een verschil tussen het bouwen van een nieuwe technologie of het bouwen van een variant van een reeds bestaand concept in deze. Als je pioniert met een service of technologie moet je die niet halfbakken introduceren. De basisfunctionaliteit moet staan als een huis.”
Luisteren naar je publiek is het niet hetzelfde als ingaan op elke suggestie of elk idee. Hoe combineer je je eigen visie met de vragen en wensen van de gebruikers?
“De visie is gelukkig vaak veel strategischer dan de directe - vaak praktische - vragen en suggesties van de gebruikers. Er zijn weinig gebruikers die zeggen 'het lijkt me interessant als Moby zich meer gaat focussen op de vissersgemeenschap in Engeland, of de gamerscommunity in de VS'. Terwijl beide wel in de strategie passen. Luisteren naar feedback en suggesties is heel nuttig om prioriteiten te bepalen. Ik denk dat je als ondernemer de meest kritische gebruiker van je product moet zijn en met al je klanten moet praten om je product nog beter te begrijpen.”
Op welke manier is Mobypicture anders geworden dan je in gedachte had door de input van gebruikers?
“Niet anders! Ik wil namelijk dat Mobypicture een ‘agile’ bedrijf is dat mee kan groeien met de behoefte van de gebruikers. Moby staat voor het mogelijk maken om avonturen realtime met vrienden te delen. Ongeacht welke technologie daarvoor ingezet moet worden. Wel zou Moby niet bestaan zonder de input van gebruikers. Ook de businessmodellen zijn volledig anders geworden door inzicht in de gebruikers en hun behoeften. Eigenlijk wel grappig, want dat had je kunnen voorspellen, zeker omdat de businessmodellen nooit de basis vormen van een goed product.”
Vrij Nederland: lezersinput is waardevol, maar tijdrovend
Op deze site wordt alle inhoud gebundeld die verzameld is rondom het project Handboek Communities. Ook verhalen die maar ten dele in de papieren versie staan worden hier gepubliceerd. Zoals het verhaal van Vrij Nederland.
Weekblad Vrij Nederland zet de kennis van zijn publiek in bij de zoektocht naar de rol van het tijdschrift in een veranderende mediawereld. Het zogenoemde VN Lab was begin 2009 de plek waar de redactie het gesprek aanging met zijn lezers. “Wat moet Vrij Nederland doen?”, was de openingsvraag waar een kleine honderd reacties op binnenkwamen. Vervolgens werden onderwerpen als co-creatie (hoe kunnen blad en lezer samenwerken bij bijvoorbeeld research naar onderwerpen) en geld verdienen (waar haalt een blad zijn inkomsten vandaan op internet?) bij de hoorns gevat. Een gesprek op nivo tussen blad en lezers. Bart Brouwers schrijft als reactie: “De meest wezenlijke: betrek je vaste publiek bij alles wat je doet. Of het nou in het blad is, op bijeenkomsten “in het land”, bij een speciale VN-thriller- of muziekclub, of online, je publiek weet meer dan 100 VN-redacties bij elkaar. Ja, het VN-publiek kalft af. Maar de vaste abonnees vormen zo’n waardevolle, betrokken kern, dat je daar ongetwijfeld de bereidheid en het enthousiasme gaat vinden om VN naar nieuwe hoogten te stuwen.”
Vrij Nederland redacteur Maurits Martijn is verantwoordelijk voor het VN Lab.
Waarom hebben de mensen ongelijk die zeggen dat het een zwaktebod is om de lezers om input te vragen? Een journalist moet zelf zijn route bepalen en zijn eigen richting weten?
“Dit is natuurlijk een leading question. Het zou een zwaktebod zijn om lezers input te vragen omdat je het zelf niet meer weet. Dan wordt je een verzoeknummer, en daar wordt niemand blij van. In ons geval stelden we ons open voor ideeën en input van buiten. We weten dondersgoed (althans steeds beter) wat onze richting is of moet zijn. Maar een deel van die nieuwe richting is juist gebruik maken van de mogelijkheid om lezers (of niet lezers) mee te laten denken. Dat ging op het lab in eerste instantie over Vrij Nederland zelf, maar dat kan over meer dingen gaan.”
“Overigens vind ik wel dat het helemaal niet vanzelfsprekend is dat input vragen aan lezers een succes wordt. Het lijkt af en toe veel meer een credo dan een goed doordachte strategie te zijn. Zo is het boek The Wisdom Of The Crowds van Surowiecki ook verkeerd begrepen door velen. De groep, de gemeenschap, de lezers kunnen onder een aantal voorwaarden verstandig zijn en een meerwaarde brengen. De nuance die Surowiecki aanbrengt in zijn beschrijving, ontbreekt in hedendaagse stemmen die collectieve intelligentie bezingen. Google voldoet bijvoorbeeld niet aan de voorwaarden waar collectieven volgens Surowiecki aan moeten voldoen om eventueel wijsheid in pacht te kunnen hebben, zoals diversiteit en onafhankelijkheid, simpelweg omdat deze voorwaarden niet gecontroleerd kunnen worden. Wikipedia sluit de door Surowiecki beschreven obstruerende variabelen van collectieve wijsheid, als conformiteit, na-aperij en het volledig op de hoogte zijn van de mening van anderen in het collectief, niet uit.”
“Wat wij volgens mij goed hebben gedaan is in eerlijkheid en oprechtheid vragen om hulp. Maar niet zomaar hulp: we stelden een concrete vraag, en continueerden met het stellen van concrete vragen. Wat ook geholpen heeft is dat ik in eerste instantie experts heb gevraagd mee te denken. Dit gaf de discussie vanaf het begin al een aardige kwaliteit, waardoor er een ‘instapdrempel’ was. Dit is volgens mij een belangrijke voorwaarde om de discussie inhoudelijk gaande te houden.”
Op welke manier helpt dit project jullie? Wat leer je ervan?
“Een aantal punten. Ten eerste heb ik geleerd dat het kan. Dat je online met anderen kunt discussiëren en dat je daar ook daadwerkelijk wat aan hebt. Dat je de kennis en expertise van anderen kunt aanspreken, als je maar eerlijk bent. Ik bedacht me laatst dat het VN Lab eigenlijk een soort interactief artikel is, door meerdere geschreven maar waar wij de redactie van voeren. Nu ging het over Vrij Nederland in het algemeen en de toekomst van print in het bijzonder, maar dat kan ook over andere zaken gaan. De beste manier om Wilders aan te pakken. Heeft kernenergie de toekomst? Moet de zorg geprivatiseerd zijn? Etc. En dat iedereen mee kan denken, maar dan moet het wel inhoudelijk sterk zijn. Want daar gaat het uiteindelijk om. Ik wil dit soort dingen niet doen om het idee te creëren dat wij ons open stellen. Geen marketing of communicatiekracht of iets dergelijks, hoewel dat eventueel neveneffecten kunnen zijn, maar daar houden andere afdeling zich hier in het gebouw mee bezig. Ik als schrijvend redacteur voel me puur aangetrokken tot de inhoudelijke meerwaarde ervan. Wat ik er ook van leer is dat het veel tijd kost. Ik kon dit niet even ernaast doen. De bezoekers van het Lab eisten – terecht – resultaten. Dat had ik mij niet gerealiseerd.”
Dit project gaat over de toekomst van Vrij Nederland. Op welke andere manieren kan de kennis en kunde van het publiek een rol spelen bij een journalistiek product?
“Dit vind ik moeilijk. Ik denk op de hierboven beschreven manier. Co-creatie. Maar dan wel onder beheer en regie van ons. Om de kwaliteit te bewaken. Wat ik zelf een erg aantrekkelijk idee vind is de online koppeling aan anderen. Stel dat VN bijvoorbeeld online het thema ‘nieuwe media’ als belangrijke pijler neemt. En ik beheer dat op een weblog. Dan link ik naar jou etc... Op die manier kun je je als medium verbreden en verdiepen en biedt je lezers iets extra’s: namelijk dat je een gids bent naar sites en blogs die jij als medium als kwalitatief beschouwt.”
Wat gaan jullie met de input doen? Wie A zegt moet B zeggen ….
“Haha, de grote vraag, hier het antwoord op het Lab: De meeste weerklank vinden gedachten over samenwerking, waarbij VN zich verbindt met deskundigen en betrokkenen om onderzoeksjournalistiek en debatten verder te brengen. Het lab over de vraag naar onze toekomst was al een voorbeeld, wij zouden daar graag mee doorgaan, ook op andere thema’s. Wij willen dan ook met het lab een nieuwe stap zetten. Op basis van een maatschappelijke vraag of stelling, willen wij niet zozeer een vrijblijvende uitwisseling van opinies, maar een gerichte zoekactie naar feiten en argumenten die onthullen en/of verhelderen. Suggesties blijven welkom.”
“De belangrijkste les is dat het samen met anderen nadenken, debatteren en onderzoeken in een online omgeving werkt en ons goed bevalt. De eerste ronde – de Jarvis test – is klaar. Daar stonden wijzelf en onze toekomst centraal. Maar ook andere onderwerpen lenen zich goed voor deze vorm. Het Lab zal een laboratorium blijven, waar vooral vormen van samenwerking en co-creatie getest en uitgeprobeerd worden. Het eerste (deel)antwoord op de oorspronkelijke vraag van het Lab – wat moet Vrij Nederland doen? – hebben we, dankzij het Lab en de laboranten, gevonden. En nu doorpakken.”
“Dit is echt iets wat we gaan doen. Ook wil ik heel graag, maar daar moet ik de mensen hier nog wat overtuigen, een aantal domeinen online uitbouwen. En die proberen te claimen door bv het linkverhaal van hierboven.”
Wij Bouwen Een Wijk: Elke doelgroep heeft zijn eigen aanpak nodig
“Kan een community op het internet de woonwijk van overmorgen ontwerpen? En kan die dan ook daadwerkelijk worden gerealiseerd?” Dat zijn de hoofdvragen voor de gemeente Smallingerland bij het project Wij Bouwen Een Wijk. Inwoners van Smallingerland, studenten en specialisten werden opgeroepen om mee te helpen aan het ontwerpen en inrichten van een nieuwe woonwijk in het dorp Opeinde. Het project ging oktober 2008 van start. Mijn collega Idse de Pree was namens The Crowds belast met concept en realisatie.
Het is een gewaagd plan. De gemeente zegt dat de uitkomst geen standaard stedenbouwkundig plan mag zijn, maar dat het op zoveel mogelijk fronten revolutionair of visionair moet worden. Is een community daartoe in staat?
“Absoluut. Juist het samenbrengen van mensen vanuit verschillende disciplines en vanuit verschillende verantwoordelijkheden zorgt voor hele verrassende ideeën. Wanneer je bijvoorbeeld een kunstenaar, student duurzaam bouwen, architect, financieel adviseur, socioloog, gezinnen met kinderen, energiedeskundigen en omwonenden zover kunt krijgen dat ze ideeën delen, naar elkaar luisteren en samen plannen uitwerken, krijg je per definitie geen standaard plan. Daarvoor zijn de invalshoeken te verschillend.”
Een community heeft baat bij een duidelijke doelgroep. Hoe heb je publiek gezocht en actief gekregen?
“Eke doelgroep verdient zijn eigen benaderingswijze. Verwacht ook niet dat ze zomaar massaal naar jou toe komen wanneer je een community hebt gebouwd, maar ga naar plaatsen toe waar je doelgroep zit. Voor de studenten zijn we dus naar de universiteiten gegaan en voor specialisten naar architectensites. Voor omwonenden hebben we bijeenkomsten georganiseerd en lokale media ingezet.”
“Daarnaast hebben we per doelgroep gekeken naar 'incentives' die het interessant maken om mee te doen. Architectenbureau's konden zich op deze manier bijvoorbeeld profileren en maakten kans om later in het traject de opdracht te krijgen om de wijk te realiseren, studenten hadden de mogelijkheid om studiepunten te verdienen door actief mee te werken. En omwonenden hadden op deze manier inspraak. Andere geïnteresseerden maakten bijvoorbeeld kans op prijzen, zoals een straat in de nieuwe wijk die naar hen zal worden vernoemd.”
Wat is je meegevallen?
“De input van het publiek is me meegevallen en ook de hoeveelheid aandacht die het project in de vakpers en in de politiek heeft gekregen. Ministers en staatsecretarissen noemden en roemden dit project in brieven naar de Tweede Kamer. Het andere doel, naast creatieve mooie ideeën verzamelen, was het imago van de gemeente versterken. Dat is goed gelukt.”
Wat is je tegengevallen?
“Het bleek moeilijker dan gedacht om landelijke pers te interesseren voor dit project. Dit kwam mede doordat het in Smallingerland gebeurde. Hadden we dit project voor Almere of Amsterdam gedaan, dan was de landelijke pers er bovenop gesprongen. Daarvan ben ik overtuigd. Daarnaast bleek het lastig om specialisten te activeren. Voor deze groep is het heel belangrijk om duidelijk hun incentive te communiceren. Wat ze te winnen hebben.”
Mensen hebben totaal verschillende meningen. Hoe krijg je een community in zo'n traject op één lijn?
“Veel mensen denken dat wanneer bezoekers het niet eens worden je problemen krijgt. Dat is absoluut niet waar. Wanneer bezoekers zien dat hun ideeën wel besproken en afgewogen zijn, maar dat de opdrachtgever of de community uiteindelijk voor iets anders heeft gekozen, is dat te verteren. Het gaat pas fout wanneer mensen voor je aan het werk gaan, tijd steken in het uitschrijven van hun plannen en merken dat er niets mee gedaan wordt. Dus probeer mensen in beginsel niet op één lijn te krijgen, maar maak later in het proces keuzes en leg uit hoe die tot stand zijn gekomen.”
Welke lessen heb jij geleerd die je meeneemt naar toekomstige participatietrajecten?
“Wat ik heel erg geleerd heb, is dat dingen totaal anders lopen dan je van te voren kunt bedenken. Dat betekent dat je niet van te voren alles moet willen vastleggen, maar dat je door goed te monitoren je oorspronkelijke plan voortdurend op details bijstuurt. Deze flexibiliteit heeft de gemeente Smallingerland ons gelukkig gegeven. Ook heb ik geleerd dat het erg belangrijk is om een goede communitymanager aan te stellen die zichtbaar is op de community en bezoekers aan elkaar probeert te knopen op basis van de ideeën die gepost worden. Maar de belangrijkste les die ik geleerd heb is dat het echt kan en hele mooie dingen kan opleveren als je bereid bent om net als de gemeente Smallingerland je nek uit te steken en risico's te nemen. Want daarvoor heb ik veel respect.”
Na de eerste fase van ideeën is een bedrijf ingehuurd dat de plannen moet kanaliseren om vervolgens met de community keuzes te maken. Wanneer moet de vernieuwende wijk er staan?
“Eind van dit jaar moet een groot aantal ideeën van de community verwerkt zijn tot een definitief plan dat daarna aan de gemeenteraad en andere instanties zal worden voorgehouden. De hoop en verwachting van de gemeente Smallingerland is dat eind volgend jaar al de eerste paal in de grond kan van deze bijzondere wijk. Daar kijk ik naar uit.”
Ton Wesseling: Hoe Twitter werk en geld oplevert
Ton Wesseling van Online Dialogue liet onlangs op Twitter weten dat 80% van zijn werk dankzij Twitter tot stand komt. Hij legt uit.
Hoe gaat dat in zijn werk?
“Mijn bedrijf wordt ingehuurd door (online) marketing en/of sales directeuren. Op het moment dat ze de keuze maken voor partijen die ingezet kunnen worden voor klant conversie vraagstukken - hoe krijg je mensen op je site en vervolgens als klant - vertrouwen zij op de mening van de vooroplopende online marketeers binnen hun organisatie. Die zitten vrij massaal op Twitter en als ze daar zelf niet zitten is er altijd wel iemand binnen hun omgeving die actief twittert. Ik Twitter over mijn vakgebied en wat mij bezighoudt. De inhoud van de berichten is blijkbaar zodanig dat ik door de betreffende online marketeer of guru naar voren wordt geschoven wanneer zijn baas om mijn specifieke expertise vraagt.”
“Kanttekening die ik er wel bij moet maken is dat ik hierbij zeker heb geprofiteerd van mijn naamsbekendheid door blogartikelen over het vakgebied voorafgaand aan de start van Twitter. Als er geen Twitter was geweest, zouden blogs een groot deel van de leads hebben gegenereerd. Twitter is echter veel massaler (aan het worden). Eerst ging men zich abonneren op mijn Twitter feed omdat men mijn bogartikelen las, nu zijn het Twitteraars die zich aanmelden op mijn feed en daarna mijn blogartikelen lezen.”
Als je dat weet, hoe speel je daarop in, hoe gebruik je Twitter?
“Ik speel daar niet bewust op in. Ik geloof in authenticiteit (daar voel ik me zelf ook het prettigst bij). Ik Twitter waamee ik bezig ben en dat is vaak mijn werk. Hierdoor Twitter ik ook over het type werk dat ik uitvoer, lessen die ik daar uithaal en dat ik bij een klant op de koffie mag komen. Eigenlijk Twitter ik over alles waar ik gepasioneerd over ben en waar ik zelf blij van wordt. En leeswaardig voor veel volgers zijn interessante links die ik tegenkom op internet over het vakgebied.
Ga je bewust bepaalde mensen volgen en ga je bewust het gesprek met ze aan?
“Ik scan naar dialogen over onderwerpen uit mijn vakgebied, puur volgen van (nieuwe) mensen doe ik haast niet meer (of pas na een uitgebreide dialoog), maar reageren des te meer. Ik help Tweeters met vraagstukken uit het vakgebied. Door de opzet van tools als Tweetdeck is het volgen van mensen (die je nog niet goed kent) niet nodig om in dialoog te komen. Ik ben me er wel van bewust dat dit indirect meer meehelpt om een beeld van mijn kennis en kunde te geven bij de mensen die mij volgen.”
Wat raad je anderen aan die ook Twitter willen inzetten om werk binnen te halen en inkomsten te genereren?
“Laat zien waarin jij expert bent (bio en achterliggende pagina goed instellen en vooral door de inhoud van je vragen en antwoorden), maar wees bovenal mens, geen marketingmachine. Blijf authenthiek en schrijf ook alleen maar enthousiast over iets als je er ook echt enthousiast over bent.”
Het gebruik van Twitter luistert nauw, wat moet je niet doen als bedrijf op Twitter?
“Alleen maar zenden en niet openstaan voor de dialoog. Als je dan toch actief mensen benadert, vraag dan of je ze kunt helpen. Ga zeker niet dm'en... dat voelt als spam...”
